CRI is bekend. Je ziet het op bijna elke verpakking: Ra 80, Ra 90+. Toch merk je soms iets raars: twee lampen met dezelfde CRI kunnen totaal anders aanvoelen. De ene maakt kleuren levendig en natuurlijk, de andere laat alles vlak of juist “te fel” ogen. Dat komt omdat CRI een gemiddelde score is die niet alle kleurinformatie vangt.
TM-30 is ontwikkeld om kleurweergave vollediger en eerlijker te beschrijven. Het is niet bedoeld om het ingewikkeld te maken, maar juist om te laten zien wáárom twee “CRI 90” lampen toch anders kunnen zijn. In dit artikel leggen we TM-30 uit in begrijpelijke taal, wat Rf en Rg betekenen, hoe je de resultaten interpreteert en wanneer TM-30 echt nuttig is.
Als je eerst de basis van CRI wilt opfrissen (en wanneer 80 of 90+ logisch is), start dan bij CRI uitgelegd: wanneer 80 genoeg is en wanneer 90+ nodig is.
Waarom CRI soms tekortschiet
CRI (Ra) is een gemiddelde score over een set testkleuren. Dat maakt het handig als “snelle indicatie”, maar het verbergt details. CRI kan bijvoorbeeld:
- kleuren gemiddeld goed scoren, terwijl sommige specifieke tinten minder goed worden weergegeven
- niet duidelijk laten zien of kleuren verzadigder of fletser worden
- verschillen tussen spectra maskeren die wél zichtbaar zijn in de beleving
Daarom kan een lamp met CRI 90 soms toch “grauw” voelen, of juist “snoepachtig” waarbij kleuren te hard of te verzadigd lijken. Je merkt dat vooral bij huidtinten, voedsel, hout, textiel en productpresentatie.
TM-30 probeert precies dat zichtbaar te maken.
Wat is TM-30 in één zin?
TM-30 is een methodiek die kleurweergave uitgebreider beoordeelt dan CRI, door te meten hoe natuurgetrouw kleuren worden weergegeven én of kleuren extra verzadigd of juist fletser worden.
In plaats van één gemiddelde score krijg je onder andere twee kernwaarden: Rf en Rg.
Rf: “hoe natuurgetrouw zijn kleuren?”
Rf staat voor fidelity. Je kunt het zien als “hoe dicht zitten kleuren bij de referentie?”. Dit is vergelijkbaar met het idee achter CRI, maar doorgaans gebaseerd op een bredere en modernere set testkleuren.
Praktisch gevoel:
- een hogere Rf betekent meestal dat kleuren natuurlijker en correcter overkomen
- een lagere Rf kan betekenen dat kleuren afwijken of “niet helemaal kloppen”
Als je vooral wilt dat dingen er echt uitzien zoals in daglicht (of zoals je verwacht), is Rf de waarde die je als eerste bekijkt.
Rg: “worden kleuren extra verzadigd of juist fletser?”
Rg staat voor gamut. Dit zegt iets over de gemiddelde kleurverzadiging. En dit is precies wat CRI vaak niet duidelijk maakt.
Praktisch gevoel:
- Rg rond 100: verzadiging is ongeveer “neutraal” ten opzichte van de referentie
- Rg hoger dan 100: kleuren worden gemiddeld verzadigder (kan levendig zijn, maar soms onnatuurlijk)
- Rg lager dan 100: kleuren worden gemiddeld fletser (kan rustig zijn, maar soms grauw)
Belangrijk: hoger is niet per definitie beter. Rg 105 kan in retail mooi zijn omdat producten sprankelen, maar in een woonkamer kan het te “hyper” worden. Andersom kan Rg 95 rustig ogen, maar voedsel of huid kan minder fris lijken.
Dus wat is “goed” bij TM-30?
Dat hangt af van je doel. Maar als je een veilige, breed inzetbare keuze wilt:
- Rf relatief hoog (natuurlijk)
- Rg niet extreem afwijken van 100 (geen overdreven verzadiging)
Zie TM-30 als een manier om “kleurkarakter” te beschrijven: wil je neutraal, warm en rustig, of juist iets levendiger? Het helpt je de beleving te voorspellen voordat je koopt.
Waarom twee lampen met CRI 90 anders kunnen ogen
Stel: beide lampen hebben CRI 90. Lamp A heeft een spectrum dat kleuren heel neutraal en correct weergeeft. Lamp B scoort gemiddeld ook goed, maar mist bepaalde spectrale stukken en compenseert dat met andere pieken. In CRI kan dat nog steeds “hoog” uitvallen, maar in de beleving kan dat leiden tot:
- een lichte groen/roze zweem
- huid die minder natuurlijk is
- rood dat ofwel dof ofwel té fel is
- materialen die hun nuance verliezen
TM-30 maakt dat soort verschillen vaker zichtbaar, omdat het zowel natuurgetrouwheid als verzadigingsverandering meeneemt.
Wanneer heb je TM-30 echt nodig?
TM-30 is vooral nuttig wanneer kleurbeleving belangrijk is en je het niet aan één CRI-cijfer wilt overlaten.
Retail, showrooms en productpresentatie
Kleur beïnvloedt koopgedrag. Je wilt ofwel neutraal en eerlijk (bijvoorbeeld bij verf, stoffen), of juist bewust “iets levendiger” (bij bepaalde productcategorieën). TM-30 helpt om dat doelgericht te kiezen.
Keukens, badkamers en plekken waar huid/eten centraal staan
Als je merkt dat CRI 90 nog steeds niet “lekker” voelt, kan TM-30 het ontbrekende puzzelstuk zijn. In combinatie met goede Kelvin en een rustige verdeling zie je vaak direct verschil.
Creatief werk
Fotografie, video, styling, kunst: hier wil je voorspelbaarheid. TM-30 geeft je meer zekerheid dan CRI alleen.
Grote projecten met veel armaturen
Als je tientallen lichtpunten hebt, wil je consistentie in beleving. Dan speelt naast TM-30 ook kleurconsistentie (SDCM) een rol. Zie daarvoor SDCM & binning: kleurconsistentie uitgelegd.
TM-30 is niet genoeg als comfort niet klopt
Ook met perfecte kleurwaarden kan licht nog steeds onprettig zijn als:
- je last hebt van verblinding
- er hotspots en harde schaduwen zijn
- het licht flikkert of dimmen onrustig is
Daarom hoort kleurkwaliteit altijd samen te gaan met visueel comfort. Als je merkt dat licht “hard” voelt, kijk dan naar UGR en verblinding en naar lichtbundel & lichtverdeling. En als het onrustig voelt, check ook LED flikkering (flicker)—zeker als je dimt.
Hoe lees je TM-30 in de praktijk zonder grafiekenstress?
Soms zie je bij TM-30 een grafiek of kleurvector-diagram. Dat kan nuttig zijn, maar je kunt al veel met alleen Rf en Rg:
- Check eerst Rf: is de natuurgetrouwheid hoog genoeg voor jouw doel?
- Check dan Rg: wil je neutraal (rond 100), iets levendiger (>100) of juist rustiger (<100)?
- Combineer het met Kelvin: past de sfeer bij het moment van de dag? Zie Kelvin comfort-first.
- Vergeet consistentie niet als je meerdere lampen gebruikt: SDCM voorkomt “net andere” tinten.
Als je alleen “CRI 90” hebt en geen TM-30, is dat niet per se slecht. Maar als je twijfelt of kleur écht belangrijk vindt, is TM-30 een betere manier om verwachtingen te managen.
Snelle keuzehulp: CRI of TM-30?
Gebruik deze simpele regel:
- Wil je een basisindicatie en is kleur niet extreem kritisch? CRI is meestal genoeg.
- Wil je zeker weten hoe kleuren aanvoelen (neutraal vs verzadigd) of vergelijk je premium opties? TM-30 helpt.
Als je CRI nog niet goed in de vingers hebt, begin bij CRI kleurweergave. TM-30 bouwt daarop voort.
Mini-checklist voor aankoop
- Is kleurbeleving belangrijk in deze ruimte?
- Heb je CRI én (idealiter) TM-30 gegevens?
- Past Kelvin bij het gebruik (avond vs werk)?
- Heb je meerdere lichtpunten? Check SDCM.
- Is comfort op orde: geen glare, geen hotspots, stabiel dimmen?
Wil je alles in één overzicht afvinken, gebruik dan de checklist voor LED-lichtkwaliteit.
Samenvatting
TM-30 vult CRI aan door kleurweergave niet alleen als “gemiddelde score” te zien, maar ook als beleving: hoe natuurgetrouw zijn kleuren (Rf) en worden ze verzadigder of fletser (Rg). Dat helpt om te begrijpen waarom twee lampen met dezelfde CRI toch anders kunnen ogen. TM-30 is vooral waardevol in kleurkritische situaties zoals retail, keuken/badkamer en creatief werk. Combineer het altijd met comfortfactoren zoals verblinding en lichtverdeling, en vergeet kleurconsistentie niet als je meerdere lampen in één ruimte gebruikt.
Als je volgende stap wilt zetten: voor consistentie ga je naar SDCM & binning, en voor een snelle totaalcheck naar de checklist.
